Samenvatting Oracle Application Server Essentials

Hoofdstuk 2: Architectuur Oracle Application Server

De Oracle HTTP Server (OHS) is verantwoordelijk voor het afhandelen van HTTP-requests. Indien het request static content (HTML-pagina) betreft, zal OHS zelf dit verzoek afhandelen. Wanneer er een request voor dynamic content wordt gedaan, zal OHS het request doorgeven aan het component wat belast is met het soort verzoek (bijvoorbeeld forms-server). De volgende dynamische content kan door de OHS worden afgehandeld:

Common Gateway Interface (CGI). CGI request kunnen worden uitgevoerd door ondermeer C, C++, Java en Perl

FASTCGI. Dit is een geoptimaliseerde CGI omgeving

mod_perl. Een zeer efficient environment voor het uitvoeren van Perl

mod_OC4J. Een schaalbare J2EE omgeving

mod_plsql. Het uitvoeren van procedures in een Oracle Database

Met behulp van de Oracle Application Server Containers for J2EE (OC4J) wordt een Java-gecertificeerd platform beschikbaar gesteld. OC4J is zowel horizontaal als verticaal schaalbaar. OC4J instances kunnen over meerdere hosts worden verdeeld waarmee deze tegen hardware en software storingen worden bescherm. Daarnaast kan in een OC4J instance meerdere JVMs gestart worden zodat de hardware (multiple CPUs) optimaal benut wordt.

De Oracle Web Cache kan naast het cachen van zowel static als dynamic content worden gebruikt als front end load balancer in het geval dat de Applicatie Server geclustereerd is.

In onderstaande figuur zijn de verschillende core componenten van de Oracle Application Server weergegeven:

 

Naast de core componenten zijn er ook een aantal schaduw processen (grijs) weergegeven. De processen ondersteunen de core componenten:

Oracle Process Manager and Notification Server (OPMN) 

Monitor de core componenten om er zeker van te zijn dat deze actief zijn

Distributed Configuration Management ( DCM)

Stemt configuratie data af tussen OPMN en de core componenten

Dynamic Monitoring Service ( DMS)

Verzamelt performance statistieken

Shaduw processen zoals DCM en OPMN en beheer-tools (Enterprise Manager) zijn afhankelijk van configuratie data. Deze data wordt opgeslagen in de repository welke ook bekend staat als de Oracle Application Infrastructure. De infrastructure bestaat aan de ene kant uit text-based configuratie files (plain text en XML) en uit database-opslag (bijvoorbeeld Oracle Internet Directory). De infrastructuur bestaat uit een tweetal onderdelen:

OracleAS Metadata Repository 

Opslag van configuratie data

Oracle Identity Management

Subcomponenten ten behoeve van ondermeer Single Sign On (SSO)

De OracleAS Metadata Repository bestaat of uit een opslag in de vorm van files op het operating system niveau of in de vorm van een Oracle Database. De OracleAS Java editie gebruikt voor de opslag van DCM informatie operating system based bestanden. De overige versies gebruiken een Oracle database als Repository. Bij de installatie van de Infrastructuur kan worden aangegeven of een nieuwe (pre-seeded) database aangemaakt moet worden, of dat er gebruik wordt gemaakt van een reeds bestaande database. De laatste optie heeft wel consequenties voor de OracleAS Backup en Recovery tool.

Onder Oracle Identity Management worden alle componenten verstaan welke bijdragen aan een enterprise brede security. Identity Management bestaat uit de volgende sub-componenten:

Oracle Internet Directory

Verzorgt LDAP diensten voor login informatie

Oracle Directory Provisioning Integration Service 

Maakt het mogelijk om OID data te importeren en te repliceren met andere LDAP-omgevingen (zoals Active Directory)

Oracle Delegated Administration Services

Maakt het mogelijk voor decentrale beheerders OID data te onderhouden

OracleAS Single Sign-On

Verzorgt de Single Sign On voor alle applicaties op een OracleAS

OracleAS Certificate Authority

Verzorgt de Single Sign On voor alle applicaties op een OracleAS

De Oracle Application Server kan worden beheerd met behulp van de Oracle Enterprise Manager. Dit wordt ook wel de Application Server Control genoemd. De Application Server Control is een applicatie welke is geinstalleerd in de Infrastructuur.